nieuws
Op 7 november 2007 heeft de Europese Commissie een aantal wijzigingen in de Europese btw-richtlijn voorgesteld. Deze zien onder andere op de volgende onderwerpen: - de uitoefening van het recht op aftrek van voorbelasting voor gemengd gebruikte onroerende zaken; - de levering van aardgas, elektriciteit, warmte en/of koude; en - de introductie van een passend belastingkader voor gemeenschappelijke ondernemingen die op basis van het EG-verdrag in het leven zijn geroepen om zorg te dragen voor een goede uitvoering van communautair onderzoek. Hierna wordt kort stil gestaan bij deze voorgestelde wijzigingen. De uitoefening van het recht op aftrek van voorbelasting voor gemengd gebruikte onroerende zaken Wat betreft de voorgestelde wijziging voor gemengd gebruikte goederen overweegt de Europese Commissie dat btw slechts in aftrek zou moeten kunnen worden gebracht voor zover goederen en diensten zakelijk worden gebruikt. Het Europese Hof van Justitie (verder: EG-Hof) heeft geoordeeld dat goederen (bijvoorbeeld een pand) die gemengd zakelijk en niet-zakelijk (privé) worden gebruikt volledig tot het bedrijfsvermogen kunnen worden gerekend. De hierop drukkende voorbelasting kan dan volledig en onmiddellijk in aftrek worden gebracht. Het niet-zakelijke gebruik wordt vervolgens aangemerkt als een interne dient waarover btw is verschuldigd (arrest Charles & Charles-Tijmens). Dit levert doorgaans een kasvoordeel op voor de btw-plichtige, aldus de Commissie. Dit springt met name in het oog bij onroerende goederen. De Europese Commissie stelt voor om voor die situaties de vermogensetikettering af te schaffen. De aftrek van de voorbelasting voor onroerende goederen wordt initieel beperkt tot het werkelijke zakelijke gebruik en vervolgens wordt een correctiemechanisme geďntroduceerd om rekening te houden met schommelingen tussen het zakelijke en niet-zakelijke (persoonlijke) gebruik. Dit correctiemechanisme zal aansluiten bij de bestaande herzieningstermijn voor onroerende investeringsgoederen. De voorgestelde maatregel ziet niet alleen op de verwerving van onroerende zaken maar ook op diensten zoals bouw, renovatie of ingrijpende verbouwing omdat deze economisch gezien overeenkomen met de verwerving of vervaardiging van een onroerend goed. Indien het voorstel wordt aangenomen betekent dit voor onroerende zaken dat in Nederland dat als het ware wordt teruggekeerd naar de ‘oude’ situatie die door de belastingdienst werd gehanteerd voor de genoemde uitspraak van het EG-Hof. De levering van aardgas, elektriciteit, warmte en/of koude Sinds 2003 wordt wat betreft de invoer en levering van aardgas en elektriciteit btw geheven op de plaats waar de afnemer de elektriciteit of het aardgas daadwerkelijk verbruikt. Deze regeling ziet echter slechts op levering en invoer via het distributiesysteem. Voorgesteld wordt deze regeling uit te breiden en toe te passen op de levering en invoer van aardgas via alle soorten gasleidingen en gastransportschepen. Tevens wordt voorgesteld de regeling uit te breiden voor de levering en invoer van warmte en koude via warmte- en koudenetten. Voorts wordt voorgesteld de verleggingsregeling die ziet op toegang tot het aardgas- en elektriciteitsdistributiesysteem uit te breiden. Door die uitbreiding komen alle diensten die verband houden met het bieden van toegang tot het elektriciteits-, aardgas-, warmte en/of koudenet onder de regeling te vallen. De introductie van een passend belastingkader voor gemeenschappelijke ondernemingen Het voorstel verduidelijkt de btw-status van gemeenschappelijke ondernemingen die zijn opgericht ter uitvoering van programma’s voor onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie op communautair niveau. Voorgesteld wordt dergelijke ondernemingen aan te merken als internationale instellingen voor zover zij door de Europese Gemeenschappen in het leven zijn geroepen, rechtspersoonlijkheid hebben en daadwerkelijk subsidies ten laste van de algemene begroting ontvangen. Door deze status krijgen deze ondernemingen een vrijstelling met recht op aftrek van voorbelasting.
|